3.07.2016

COLUMN #8

The Great Pottery Throw Down

Auteur: Lotte van Geijn
07.03.2016
Gepubliceerd in het KLEI - keramiek magazine 



Niemand kan natuurlijk op tegen presentatrice Martine Bijl. Haar droge humor, haar liefdevolle betrokkenheid bij de kandidaten: ‘Maar de taart… heb je die al opgebouwd? Nee, maar dat heb ik zo gedaan. Dat heeftie zoooo gedaan.’  en haar voice over commentaar ‘Voor onstabiele kerstbomen is geen plaats in deze tent. Want voor een boom je ook maakt, hij moet fier rechtop, dertig centimeter aan kunnen tikken. En dat is hoger dan je zou denken.’

Ze maakt een kopje warme chocolademelk met slagroom voor de kandidaten, terwijl de opnames voor de kerstuitzending in de zomer opgenomen worden. ‘De temperatuur en de druk liggen allebei hoog.’ zegt Martine.  Het zweet wordt van de voorhoofden geveegd terwijl de ene druk bezig is een skihelling van koek te maken en de ander even creatief moet nadenken en met Engelse drop sneeuwpoppetjes van een hoge hoed voorziet en met zure matten ze een dasje om doet.

In een interview verklapt presentatrice Martine Bijl dat ze niets heeft opgestoken van het programma Heel Holland bakt. ‘Persoonlijk vind ik het zonde van mijn tijd. Ik sta liever in de tuin, maar ben wel een stille bewonderaar van mensen die het wel kunnen.’

Martine Bijl maakt het programma tot een plezier om naar te kijken, maar ik deel haar mening als het gaat over de inhoud.
Op de Engelse televisie hebben ze geen Martine Bijl, maar wel een spannende variant op het steeds herhaalde televisie competitie-format. The great Pottery throw down. Op de BBC2 streden  tien  kandidaten in zes aflevering voor de titel Top Potter. Niet met gardes en marsepein, maar wel met ovens en glazuur, draaischijven en mallen.
In de eerste aflevering krijgen ze vijf kilo klei en twintig minuten om zoveel mogelijk eierdopjes te maken, maar de opdrachten worden al gauw moeilijker. The Potters, zoals de kandidaten liefkozend worden genoemd, moeten in de tweede aflevering The cracks begin to show hun werk bevrijden uit hun tijdelijke mallen zonder ze extra scheurtjes te berokkenen.


 

De strenge jury bestaat uit Keith Brymer Jones en Kate Malone. Keith Brymer is een Londenaar. Hij leed aan dyslexie op school en toen hij op zijn elfde in aanraking kwam met klei was hij verkocht. De herhaling van het maken creëert ruimte om na the denken. ‘It’s a great place to think.’ Hij heeft zijn eigen productenlijn opgezet met keukengerei en servies. Kate Malone maakt figuratief werk geïnspireerd op de natuur, de zee en het land en sinds kort ook de magmalaag onder de aardkorst.
In de vierde aflevering besluit Potter Tom niet de slab roller whilst te gebruiken, maar de grote hoeveelheid klei met de hand tot een gelijkmatige plak te rollen. Het zweet staat hem op de rug. In de finale gaan de overgebleven kandidaten de strijdt met elkaar aan om de grenzen van het werken met porselein op te zoeken en ze gevraagd wordt een Chinese thee set te maken. Presentatrice Sara Cox maakt een grapje bij één van de kandidaten. ‘It needs a lot of concentration?’ vraagt ze terwijl ze opzichtig zijn horloge, dat hij heeft afgedaan en op zijn werkbank ligt, in haar broekzak steekt. Nee ze is geen Martine Bijl, maar de inhoud van het programma compenseert.


1.22.2016

COLUMN#1

TIJD, LICHAAM, HERINNERING

Auteur: Lotte van Geijn  
05.01.2015
gepubliceerd in het KLEI Keramiek Magazine 


Hoe zou het zijn als ik IN het kunstwerk zou zitten? De dunne, witte wanden om me heen die de geluiden van de buitenwereld dempen.
Ik hoor een zacht ritmisch geklik: ’klik-klik-klik’ en een vriendelijke vrouwenstem die enthousiast een verhaal vertelt, maar het is te zacht om het te kunnen verstaan. Ik ben hier binnenin en dat voelt veilig, als ik omhoog kijk zie ik een ronde opening die mijn kijk naar buiten omlijst. Een wit plafond doet me realiseren dat het kunstwerk waar ik mij in bevind niet buiten staat, maar in één of andere ruimte. Het maakt me nieuwsgierig om het kunstwerk eens van de buitenkant te gaan bekijken.

 Takako Higashihata
Provisional Form
 2011


Als ik de deur van galerie De Witte Voet open duw kom ik een ruimte binnen die niet voldoet aan de verwachtingen. De muren zijn niet strak en wit, maar tonen verval en de invloed van tijd. De stuc brokkelt hier en daar af en de vochtplekken zijn niet weggewerkt, maar opvallend genoeg geeft dat het juiste contrast aan de kunstwerken die er aan hangen. Ze eisen hun aandacht op. De langwerpige, hoge ruimte biedt een podium voor meerdere kunstwerken, maar de blikvanger waar ik naar zoek lijkt te ontbreken.
''Er moeten een aantal dingen in werking gezet worden. Dat klinkt heel spannend.'' De galeriehoudster blijkt geen computerexpert te zijn en rommelt in een kunstwerk.

Aan het einde van de ruimte aan de linkerkant is verrassend genoeg een zij-ruimte. Op een vierkante, grijs geschilderde sokkel staat een enorme vaas. Hij is levensgroot en ik heb de neiging de vaas gedag te zeggen, alsof het een lichaam is. Opvallend is dat de vaas niet is geglazuurd en de pure, witte, matte huid te zien is. Opgebouwd uit rolletjes klei. De vaas is niet perfect van vorm; als een fietsband die soms te hard is opgepompt en dan weer iets teveel lucht heeft laten lopen. Maar het is juist dat wat ervoor zorgt dat het dat het menselijk op me overkomt.

Ik verlaat de galerie om iemand op te halen, mijn ‘partner in crime’. Ik snel me naar de vaas om die aan haar te laten zien, maar tot mijn verbazing is hij totaal getransformeerd. Bij onze eerste ontmoeting was hij naakt en enkel vorm. Nu is het de galeriehoudster gelukt om de techniek aan de praat te krijgen. De muur achter de vaas is een close-up van een stomende rivier geworden. Het is een metafoor voor het leven zelf,  voor de altijd maar onverstoorbaar doorgaande tijd.
De missende glazuur is vervangen door de projectie van dia’s; ’klik-klik-klik’. Projecties van landschappen worden opgevolgd door kleurvlakken en  patronen. Het is de decoratie, het verbeeldt de herinneringen.

 Takako Higashihata
Provisional Form
2011
Maar de kracht van het onverwoestbare water van de rivier; de tijd,  zal het lichaam; de vaas doen verbreken en verpulveren totdat zij weer transformeert tot haar oorsprong; de klei. En zonder het lichaam; de vaas worden de dia-projecties; de herinneringen onzichtbaar en verdwijnen.


De vaas, de film-projectie en de projectie van de dia’s vormen samen het kunstwerk Provisional Form (Voorlopige Vorm) van de Japanse kunstenares Takako Higashihata. Zij studeerde in 2011 af aan de Rietveld Academie in Amsterdam.

Takako Higashihata
7-ex Rietveld kunstenaars - Van Toen  en Van Nu 
Galerie De Witte Voet Amsterdam 
01.11.2014-20.12.2014




10.02.2015

REVIEW

Fantoom Tentoonstelling

Auteur: Lotte van Geijn
02.10.2015

gerlach en koop 
Verminderde ruimte (2015)

Geheel onverwachts zei de directie van de Appel arts centre de samenwerking met curator Lorenzo Benedetti op. Doodzonde. In zijn laatste expositie wordt ook weer zijn bijzondere samenwerking met de exposerende kunstenaars duidelijk in een scherpe presentatie van het werk van kunstenaar(s) gerlach en koop.

In 1975 werd de Appel arts centre in Amsterdam opgericht onder leiding van Wies Smals. Zij was maar tot 1983 directeur.Om een kunstwerk van Daniel Buren vanaf hoog uit de lucht te kunnen bekijken, huurde zij samen met Josine van Doffelaar, Gerard von Graevenitz, Martin Barkhuis en Hendrik Smals een privé vliegtuigje.Op het meer van Genève in Zwitserland dreven de zeilbootjes, hun zeilen in de bekende kleurstrepen van Buren. Voile/Toile – Toile/Voile (1975-2011). Het tragische noodlot sloeg toe en het vliegtuigje stortte neer.

Tien jaar later maakte Barbara Bloom in opdracht van toenmalig directeur Saskia Bos een memorial piece. Op de tweede verdieping is nu het kleine kunstwerkje te zien op verzoek van kunstenaar(s) gerlach en koop. Het is een aluminium plaatje waarin aan de bovenzijde AFWEZIG is ingeponst en aan de onderzijde AANWEZIG. Één van de plaatjes die vroeger op het vliegveld aan haakjes hingen onder de namen van piloten die vaak vanaf dat vliegveld vlogen.

De keuze van kunstenaar(s) gerlach en koop om het memorial piece uit het archief van de Appel te laten zien in de wisselende vitrine presentatie LocusSolus, komt niet geheel uit de lucht vallen. Het sluit thematisch aan, al is het een zware noot vergeleken hun eigen vaak humoristische beeldtaal.

Als ik curator Lorenzo Benedetti tegen het lijf loop wijst hij naar zijn rechter broekzak van zijn spijkerbroek. Dichtgenaaid.

Untitled, 2015
20 x 12 x 0 cm, de
rechterbroekzak van Lorenzo
Benedetti, directeur van
de Appel is dichtgenaaid,
verschillende locaties



De ruimte in zijn broekzak is er nog wel, maar hij heeft er letterlijk geen toegang meer toe. Enkel de gedachte aan de ruimte is de ruimte zelf geworden.

Lorenzo Benedetti deed een belofte aan gelach en koop om een solo tentoonstelling met hen te maken in de toekomst. Ondanks dat hij in juni 2014 verhuisde van de Vleeshal in Middelburg naar de Appel in Amsterdam kwam hij op de valreep, door zijn onverwachte vertrek, zijn belofte na. Of lijkt dat maar zo?

De Appel huist tegenwoordig in het 17e eeuws pand aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam van de toenmalige kapiteinssociëteit. Maar de strakke grijze moderne deur doet anders vermoeden. Binnen ligt de originele deur als een sculptuur in de ruimte. Alle kunstwerken van gerlach en koop zijn binnen gekomen door de nieuwe deur en zullen verdwijnen door de nieuwe deur. Na het einde van de tentoonstelling (acht november j.l.) zal de originele deur weer terug gezet worden. Alsof er niks gebeurt is. Een fantoomtentoonstelling.

gerlach en koop
Denial (2015)

gerlach en koop
 Denial (2015)

De wereld die gerlach en koop creëren heeft een imaginaire wereld als zijn spiegelbeeld. Elk werk neemt zijn ruimte in, maar is ook dezelfde ruimte in jouw gedachte.
Echter lopen de denkbeeldige ruimtes nooit dood. Ze benauwden niet en verontrusten niet. Ieder object in de tentoonstelling lijkt zich in eerste instantie lastig te openbaren. En nijgt zich te scharen onder de l'art pour l'art. Maar met het tentoonstellingsboekje in de hand lezen de titels en de plattegrond als aanwijzingen in een rebus.

De vide aan het trappenhuis is dichtgemaakt met een perfecte muur. Nummer drie in het tentoonstellingsboekje mis en duidt deze ruimte aan als werk. Een hoge dichte ruimte met enkel licht dat door het dakraam schijnt. Het is denkbeeldig voor te stellen. Toch voel ik me er geen moment echt aanwezig en opgesloten in deze ruimte. Nergens slaat het noodlot in het werk van gerlach en koop echt toe.
Of kan een fantoomnoodlot ook fataal zijn...
Zoals het opzeggen van de samenwerking met Lorenzo Benedetti onwerkelijk lijkt, maar helaas een wezenlijke feit is. Soms worden er onaanvaardbare keuzes gemaakt.


Grijp je kans om de tentoonstelling Choses tuées van gerlach en koop te bezoeken en de mentale verrijking ervan te ervaren.

6.25.2015

Expositie MaHKU


VENUE = 'VENUE'
Lotte van Geijn 2015
 





















HOW IT'S SUPPOSED TO BE. 

Sometimes he's lost. His view narrows and he's scared to death. The parrots are screaming. A branch sweeping in his face, he slips away on a smooth rock. Suddenly a big insect is buzzing close by.

This is the jungle, he believes that he is lost in the jungle. He's starting to breath heavily while the air is warm and moist. He is sweating. The compass of his guide is broken. He is in total panic.

'My plastic parrots died, because I didn’t pretend to feed them.'

Suddenly he finds the glass-door, the cold air hits his face; realizing this danger has never been real. But the adrenalin made his heart beat faster.

He looked into her eyes, finding the gun into his body when she shot him down. His flesh is real, his blood is real, his pain is real. He died; pretending to be himself.

But this hole isn’t fake at all. He washes the red paint out of his white blouse. He turns the water into a red river. The spot on his left chest is blue. Her bullets are made of rubber.

His existence is empty. He is just a shell. The pearl inside him is a hologram. So real. She can reach for it, but she can never touch it.

-Lotte van Geijn 2015 

Text is part of:
Publication: To mark the exhibition Tomorrow, I May Disappear, 
MaHKU launches a publication containing contributions by the 
participating artists, as well as situating reflections by Natasha Ginwala, 
Henk Slager, Tiong Ang and Maria Hlavajova. Design: Dongyoung Lee.




'How it's supposed to be' #1.2 #in process
Lotte van Geijn 2015 


'How t's supposed to be.' #1 #in process
Lotte van Geijn 2015 



Graphic: Dongyoung Lee: Tomorrow I May Disappear
Graduation Exhibition  MaHKU Fine Art



Opening Graduation Show:
Tomorrow, I May Disappear
Wednesday June 24, 17.30 – 19.30
Academiegalerie
Minrebroederstraat 16
Utrecht, Netherlands

Exhibition: June 24-July 5
Hours: Wednesday-Sunday 13-18

Participants: 
Ahn Phan Nguyěn, Egbert Jonkers, Iman Al Sayed, Jan Yongdeok Lim,
Koštana Banović, Lotte van Geijn, Renée Aagtjes, Sepideh Raiesi, 
Victor Muñoz and Yasaman Owrang.


Curator: Natasha Ginwala


This group exhibition considers time as a circulation: finitude as a potential 
redistribution of value, seeing ruins as forms of emergence, and delving 
into one's being-in-the-world as a manifold story that is entangled with 
the being of this earth. When disappearing we are also appearing elsewhere.
 The News will begin to resemble the Moon cycle as catastrophe accelerates. 
Tomorrow is only a blueprint. The Ant told the Spider:
 'That's why I say that the individual act-ant is not an agent. Rather, agency – 
that is, what makes things happen – is distributed throughout the network.' 
(Tim Ingold).
Tomorrow, I May Disappear considers collectivity in Art 
as a worthy chance operation amidst a horizon of unpredictability.
-Natasha Ginwala

3.13.2015

Interview


FICTION AND DOCUMENTARY
interview with editor Dortih Vinken 
Auteur: Lotte van Geijn
13.03.2015 


  Filmstill 'Brozer' 2014











In the afternoon I sit down with Dorith Vinken. She is a Dutch editor with an impressive list of films, documentaries and series to her name. Twice she was nominated for a ‘Gouden Kalf’ for editing. The last few years she worked on a huge project that resulted in the incredible movie ‘Brozer’. The film started as fiction and ended as a documentary. It is about one of the actresses; Leonoor Pauw dying of cancer. ‘Brozer’ is a sequel to the movie ‘Broos’ (1997) about five sisters struggling with family relationships. It was clear when they started to shoot ‘Bozer’  Leonoor Pauw was terminally ill. This was also included in the fiction script. At a certain point the movie would end and Leonoor would be able to spent the last period of her life with her family, but she decided that she wanted to continue filming. At this point the fiction became reality. The actresses started to use their own names. But how do you edit this transition from fiction to documentary in such a way it is clear to the viewer?


Lotte van Geijn:

Why did you choose to become a film editor?


Dorith Vinken:

My first choice was camera when I studied at the Film Academy in Amsterdam. But when I was asked to edit a graduation movie I found it incredible to do.
The most exceptional thing of editing is that you write the movie again. The scenario has been written, the film shots are made, but in the editing room it is possible to explore the idea again. There are always things that have to change in order to create a good film.
How do we find solutions for certain problems? This puzzling is what I really like about the process of editing, as well as the co-working with the director I really prefer in this job.
Also it is away from the hectic set. I don’t like the process on the set with all the people running around all the time. My heart beats faster to see the final product of the film. The moment I chose editing instead of camera at the academy it felt like a big relieve. Then I knew I made the right decision.


Lotte van Geijn:

What is the relationship between you and the director? The most final decisions are made in the editing room.


Dorith Vinken:

You have to be able as an editor to take a modest position. Because it is the director who must lay his or her egg. You have to work together, but in the beginning I was so convinced that I knew the right way to do it and I put all my energy in the fight with the director. Now I know with all my experiences that if I keep giving good arguments about how I receive it, because I am the first viewer, the director is maybe at first not convinced, but after more people have watched the material during the process of making and also agree with my arguments, the director changes his opinion and I often get my equal without fighting.
I often work with directors who have the same taste as I do and then I don’t have to make concessions.


Lotte van Geijn:

You have been working on different kind of movies and series, both fiction and documentary. Can you explain the differences within the working process? The choices that you make?


Dorith Vinken:

The big difference between fiction and documentary is within fiction you work with a scenario, the story is fixed. With a documentary there is also a story but it is more like a schedule. There are assumptions how things will work out, they have done research, but there can happen something halfway that makes you decide to chance the whole story. With fiction I often start working alone, I follow the script, later the director joins. With a documentary this is not possible and I start together with the director.

Lotte van Geijn:

Do you prefer fiction or documentary?


Dorith Vinken:

No I don’t. I really like the variation. What I learn from documentary I can use with fiction and the other way around. It has to do with the technique. How you edit. With fiction there is a plan how to record the scenes; mise-en-scene, if it starts with a close-up or a total shot. In documentary it is more following. It influences the way I edit, and I can use the different techniques for different films.

Lotte van Geijn:

In the movie 'Brozer' of Mijke de Jong fiction and reality intersect. How did you experience this process?


Dorith Vinken:

This was the biggest problem of the film. It was for us the major challenge. The film was intended as fiction. Of course we did know that one of the main actresses  Leonoor Pauw was going to die. We didn’t know the end of the movie yet. We did know that Leonoor looked at the project as a beautiful challenge, but she was going to spent the last period of her life with her family and not on the set. Over the course of three years we did recordings and editing. Leonoor often came over to watch the editing process. She had a wish to go the Norway to see the northern lights and that would be the end of the movie. So they went, I edited it afterwards and then Leonoor said; ‘We have to continue. We cannot stop here. We have to continue until the end.’ It was her decision to continue filming, but also of her husband and children. And at that point everybody had to become their selves and the actresses had to change there fictional names intro there own names.  For some of the actresses this was a very difficult process. At a certain point one of them asks herself; 'What am I doing here? I’m just a colleague of you, don’t you prefer a good friend next to your bed now?'  There was a shift from profession to private. It became a huge responsibility for all of use. The switch from fiction to documentary was difficult. We asked the actresses to film themselves with their I-phones and they explained their troubles with the process. ‘Is it fiction? Is it documentary? What is my position? But what am I worrying about compare to Leonoor; she is dying.’ It shows their dilemmas and their difficulties, it makes it very sincere. It is very sincere. And this material made it possible for me in the editing to make the transition from fiction to documentary clear to the viewer.

Lotte van Geijn:

Is it the role of a filmmaker/editor to stay as close as possible to the reality within documentary making? Or showing a fictional personal view on the world around us?


Dorith Vinken:

The most important thing is to tell the story in the best way possible. In this case the reality was of course extremely tough and merciless. But the choices are; what do you show? This was an interesting process. The husband of Leonoor had a big influence. He told us not to be to gently, show how sick someone is, how much pain she can have. The responsibility of me and the director (Mijke de Jong) was to know where to draw the line. To keep it tasteful and intangible. There was a lot of material that was crossing the line, that we couldn’t use. We are very proud how we found a solution to show the moment that she passed away. It is not a shock but a gentle transition.

 Lotte van Geijn:

Is a movie a reflection of our world? Or are we so used to watching movies that it is the other way around? That we expect our life to be as in the movie?


Dorith Vinken:

When you talk about film and reality the strange thing is that the reality is very difficult to catch in a movie, because it is often more incomprehensible, more shocking, more insane, then what you can show in a film. It does happen sometimes in documentaries, that there are situations that are real, but when you put them in a movie; you just don’t believe it.
Film have had a big influence on us. It is the strongest art form, of course a painting, music or dance can touch the heart, but a movie can be a real experience. It is beautiful way of telling stories. It is a modern way of storytelling. 

 Lotte van Geijn:

What is your opinion about the influence of movies at our society? And does this bring responsibilities? Or is the filmmaker free in his/her process?


Dorith Vinken:

I think the influence is incomprehensible, it is bigger than most of us think it is. I think moviemakers should not be too aware of this fact, because then they adjust to much, but of course they also have a responsibility. But there are also very headstrong directors like Lars von Trier. It is important that there are innovative moviemakers as well. 

Lotte van Geijn:

On what subject would you like to edit a film of in the future?



Dorith Vinken:

There are so many subjects! It happens often that I see a movie and wished I had made it myself. The last time I felt like this was with the film ‘Mommy’. It is about an autistic boy and his mother. It is fiction. I love the way they act, with an intensity and no bullshit. A very beautiful movie. I prefer to make that kind of movies, instead of being so aesthetic in image. To tell a story that  really touches people in the heart. When I make a movie I need to be touched myself and I don’t stop editing until this happens.



'Brozer' http://www.brozer.nl                          
Dorith Vinken http://www.dorithvinken.nl/       

-Lotte van Geijn 

1.15.2015

Essay

INTERPASSIVITEIT

Auteur: Lotte van Geijn 
02.05.2014

Het was me al eens eerder aangeraden: series kijken via Netflix, maar het kwam er niet van.

Ik ben in een huis van vrienden. Het is een groot nieuwbouw huis. Met voor- en achtertuin,  grote woonkamer, keuken met afwasmachine, eerste verdieping met drie slaapkamers, een badkamer met tweede toilet en een hele fijne douche en boven op zolder nog een kinderslaapkamer, een hok voor de ‘levende apparaten’, zoals de Belgen ze noemen: de wasmachine en een fijne werkkamer.
Het huis heeft een automatisch systeem voor de luchtcirculatie en is op constante temperatuur. Het is hier stil en de buren zijn erg vriendelijk. De buurjongens komen langs met zelfgemaakte vloeibare water ijsjes; of ze hier in de vriezer mogen, omdat hun vriezer vol is.
Natuurlijk mag dat, ik trek de grote koelkast open, hij heeft drie lades die vriesvak blijken te zijn. Ik heb thuis niet eens een vriesvakje met z’n deurtje boven in je koelkast, maar ach dat is toch meestal binnen de kortste keren dichtgevroren. Welke smaak de zelfgemaakte ijsjes zijn? Peer, aardbei banaan, natuurlijk.

‘Ik ga het niet over gordijnen hebben.’ Een vriend vertelt me over zijn online dating ervaringen.
Hier in dit mooie huis hangen nieuwe gordijnen, ik vind ze prachtig, met z’n stokje eraan waarmee je ze open en dicht doet; zodat je de gordijnen zelf niet hoeft aan te raken en ze netjes blijven.




















Als ik me ’s avonds op de bank laat neer ploffen zet ik de tv aan. Netflix. Eindelijk maak ik er kennis mee. Ik scroll eindeloos over het scherm langs de digitale hoezen. Er is een map: ‘onlangs bekeken’. Ik kies voor de serie ‘Californication’.

‘Onlangs bekeken’ betekent niet per se dat de series ook daadwerkelijk bekeken zijn. Of misschien alleen de eerste tien minuten. Hoe vaak gebeurt het wel niet dat we een televisieprogramma, film, serie of documentaire opnemen, om hem later te bekijken, maar we er uiteindelijk nooit aan toe komen ze werkelijk te zien? Ik beken; meestal is dat ook bij mij het geval.

Een typisch voorbeeld van interpassiviteit. De oosterijkse filosoof Robert Pfaller lanceerde dit concept aanvankelijk in de jaren negentig als reactie op de nieuwe ontwikkeling in de moderne kunst van het 'interactieve kunstwerk'. Kunstwerken die de toeschouwer zouden betrekken en zelfs onderdeel van het kunstwerk zelf zouden maken. Maar hij constateerde ook een tegen reactie. Als voorbeeld haalt hij het kunstwerk ‘Bar Bot’ van het Oostenrijkse collectief Human Robotics Laboratory aan dat te zien was tijdens het Dutch Electronic Art Festival 2004 in V2 in Rotterdam.

'Bar Bot'
Human Robotics Laboratory
2004
















Deze robot vraagt mensen om geld, heeft hij genoeg  dan bestelt hij aan de bar een biertje en slaat dit achterover. Het werk maakt de toeschouwer nu juist overbodig en neemt zijn/haar rol als consument of toeschouwer op zich. Er wordt geen activiteit verwacht, maar eerder een passiviteit overgegeven aan de toeschouwer. Zoals robots normaal activiteiten van mensen overnemen, is deze robot nu volledig egocentrisch en doet het enkel voor zichzelf.

De Bar Bot die een biertje achterover slaat is net als de het opnemen van de serie of film, het apparaat kijkt als het ware namens ons naar de film: interpassiviteit.   

Ik vind het een verontrustende ontwikkeling en besluit dus tijd te nemen om zelf naar de serie ´Californication´ te kijken. Het eerste seizoen, ik loop hopeloos achter, seizoen zeven is dit jaar uitgekomen. 
Het gaat over de schrijver Hank. Hij heeft een bestseller geschreven die verfilmd is; maar niet naar zijn zin. Hij heeft een dochter met zijn ex Karen. Hij probeert haar voor zich terug te winnen. 
Ondertussen verveelt de sexverslaafde Hank zich niet en date er wild op los waardoor hij in hilarische situaties belandt. 

Na een aflevering of zes is het lastig te stoppen met kijken. Net als de serie ´24´ met Jack Bauer, ´The Sopranos´ met Tony Soprano of´ Borgen´ met Brigitte Nyborg; het is verslavend. Ik bewonder scenarioschrijvers van series om hun talent om elke aflevering weer met een cliffhanger te laten eindigen.

De Sloveense filosoof Slavoj Zizek beschrijft de term ´interpassivieit´ als een vorm van uitbesteding van consumptie en beleving als een fenomeen wat perfect past in het huidige kapitalistische systeem. Niet onze activiteit, maar onze passiviteit besteden we uit aan een ander medium. Hierdoor ontstaat er namelijk tijd om andere dingen te doen, terwijl we de series, films, documentaires die we opnemen niet kijken. We worden overmatig actief en hij lijkt te waarschuwen voor hyperactiviteit.

Zoals de toekomst ons de google-glasses zal brengen om alles op te nemen, om later ons eigen leven terug te kunnen kijken, wat we nooit zullen doen. 
Zoals we alles op de tijdlijn van Facebook zetten, die onze berichten bewaart, zodat we ze later nog eens terug kunnen lezen, wat we nooit doen. 
Zo raken we steeds minder betrokken en hebben we steeds minder belangstelling voor elkaar en verliezen we onszelf in hyperactiviteit.

Google Glasses
2014















Alles registreren en opnemen voor later, maar wat als er nooit tijd is voor dat ‘later’? Ik weet niet of ik zo mijn leven eigenlijk wel wil inrichten en leiden. En ik schaam me er opeens niet meer voor het feit dat ik vannacht het eerste seizoen van ‘Californication’ daadwerkelijk heb  gekeken. (knipoog)



1.09.2015

LOTTE’S BLIKVANGER #133

LOTTE’S BLIKVANGER #133
Week 2
Januari 2015

Dit is de honderd en drieëndertigste column van Lotte’s blikvanger.
Een wekelijkse beschouwing over een kunstwerk dat mijn blik ving.

TINO SEHGAL

Twaalf maanden; twaalf werken. Het is een overzichtstentoonstelling van de Duits/Engelse kunstenaar Tino Sehgal in het Stedelijk Museum. Het is het eerste grote inigatief van de nieuwe directeur Beatrix Huff. Tino Sehgal studeerde eerst politieke economie en dans voordat hij in 2000 de overstap naar beeldende kunst maakte.

Als ik de zaal binnen loop staan er een paar mensen te kijken. Er hangt niks aan de muur, er staat geen object in de ruimte. In de linkerhoek ligt een man. Hij lijkt in trance. Zijn bewegingen zijn gespannen. Ik dwing mezelf om te blijven staan en kijken. Veel mensen lopen snel de ruimte door, kijken schuchter naar de man en zorgen ervoor dat ze zo snel mogelijk weer uit zijn buurt zijn. Het voelt eerst ongemakkelijk, ik wordt me bewust van de aanwezigheid van mijn eigen lichaam. De man draag geel-zwarte Nike air sneakers, groene sokken die langzaam overlopen naar geel, een blauwe blouse met een grijze trui eroverheen. Zijn broek is groenig en verraadt zijn dunne benen.  De pijp is opgestroopt door de bewegingen die hij maakt over de grond, op zijn scheenbeen is een moedervlek zichtbaar. Zijn slapen worden al een beetje grijs. Zijn ogen houdt hij gesloten.

INSTEAD OF ALLOWING SOME THING TO RISE UP TO YOUR FACE DANCING BRUCE AND DAN AND OTHER THINGS

De bewegingen zijn geïnspireerd op het werk van Bruce Nauman en Dan Graham. Van het werk van Tino Sehgal is geen documentatie, geen foto registratie, geen geschreven instructies voor de dansers, niks. Het zijn ‘situaties’ die in het moment bestaan, het is geen performance, het is een levend kunstwerk. Ik ben gebiologeerd en na meer dan een half uur begin ik bewegingen te herkennen. Een man en vrouw op leeftijd lopen langs. De man kijkt geschrokken, laat de arm van de vouw los en begint terug te lopen. De vrouw kijkt naar mij; ‘Ist das ein performance? ’Yes’, antwoord ik. De man draait zich om, nijdig beent hij terug naar de grijsblonde vrouw, ‘Super.’, antwoord hij mijgeïrriteerd. De aanwezigheid van een menselijk kunstwerk doet verrassend veel mensen schrikken. Een jonge jongen vraagt me of hij erlangs mag lopen. 

De serie van twaalf situaties begint klein en zal naar een hoogtepunt toe werken in ze zomer met meer  figuranten en interactie en daarna richting het einde van het jaar weer ingetogener worden.
Na een uur verlaat ik het werk. Alle andere kunstwerken in het museum lijken in het niets te vallen, dode objecten.

De trance verlaat me pas als ik de koude winterlucht op mijn gezicht voel. Ik weet dat ik snel weer terug zal komen. Het werk zal nooit hetzelfde zijn, iedere ervaring zal uniek zijn en enkel geregistreerd worden in de herinnering van ieder.


-Lotte van Geijn